SPELLES HERFST


    SPELLES HERFST

    LOOPSPEL
    Materiaal:
    - trom + stokje
    - 4 mandjes
    - gele blaadjes
    - rode blaadjes
    - groene blaadjes
    - bruine blaadjes

    In de zaal staan vier mandjes. Eén voor de gele, één voor de groene, één voor de rode en één voor de bruine blaadjes.
    De blaadjes liggen op de grond verspreid door het lokaal.
    De leerlingen lopen rond in de zaal. Wanneer de leerkracht de trom laat horen komen de leerlingen bij hem / haar. De leerkracht laat dan één blaadje zien. De leerlingen zoeken een zelfde blaadje en leggen deze in het juiste mandje.
    Variëren van kleur en aantal.

    Doelen:
    - vlug en juist reageren.
    - zich kunnen oriënteren in de ruimte.
    - nemen van hetzelfde voorwerp en het juiste aantal.

    TIKSPEL
    Eén eekhoorn ligt te slapen. Dichtbij deze eekhoorn staat een mand vol eikels.
    Wij gaan tot bij het slapende eekhoorntje. Eén leerling neemt een eikel uit het mandje. Het eekhoorntje wordt wakker,
    is boos en wil ons pakken terwijl wij weglopen.
    Wisselen.

    Doelen:
    - proberen de tikker te ontwijken.
    - zich niet te laten tikken.
    - tegen je verlies kunnen.

    SLOTSPEL
    Materiaal:
    - een blinddoek
    - een mand met een belletje

    Alle leerlingen zitten in een kring. Eén leerling zit in het midden en heeft een blinddoek om. Naast die leerling staat een mandje met een belletje eraan. In het mandje zitten allemaal nootjes.
    Eén leerling neemt het mandje weg zonder dat we de bel horen. Wanneer we de bel horen of wanneer de leerling op z'n plaats is zegt hij / zij: 'kan jij raden wie ik ben?'
    De leerling die geblinddoekt is, moet kunnen raden wie de mand weggenomen heeft.

    Doelen:
    - aan de stem kunnen horen wie het mandje heeft.
    - niks verklappen.