HERFST
Dit spel moet niet eerder gespeeld worden, dan wanneer de kinderen enigszins vertrouwd zijn geraakt met de verschijnselen
van de herfst:
het eerste kleuren van het blad, het loslaten van de boom, het voortgejaagd worden door de herfststorm, het dansen door de
lucht, het dwarrelen naar de grond, de hopen bijeengeveegde bladeren, het spelen ermee en het lopen over een dik tapijt van
ritselende bladeren.
Pas als de kinderen deze gebeurtenissen hebben meegemaakt, zijn ze beter gemotiveerd tot het spelen hierover. De uiteindelijke spelvormen ontstaan door de wisselwerking van muziek en / of taal en beweging.
Instrumenten:
± 3 paar klankhoutjes, ± 3 paar sambaballen, een gong of een groot hangend bekken met een zachte klopper.
Materiaal:
een herfstzon. Verder per kind: twee grote herfstbladeren (liefst Amerikaanse eik, i.v.m. de vorm van het blad). Ongeveer
twintig kleinere platte, gedroogde herfstblaadjes in allerlei kleuren en vormen, een groot vel tekenpapier.
Spelverloop:
1. De kinderen wandelen door het herfstbos. Ieder zoekt een eigen paadje. De leerkracht suggereert het ritselen van de
blaadjes door het gemiddelde tempo van de kindervoeten met sambaballen te begeleiden.
Het is goed om aan het begin van elke les de kinderen vrij te laten bewegen door het speellokaal. Ze leren zich
ongedwongen in de ruimte te bewegen en zich aan te passen aan de muziek en aan elkaar.
- 'Als je niets meer hoort sta je stil'.
De muziek stimuleert het bewegen. Het contrast muziek / geen muziek brengt spelenderwijs de nodige orde om te kunnen
luisteren.
- De kinderen huppelen door het bos. De leerkracht begeleidt weer het gemiddelde tempo door het aangeven van het
huppelritme op de sambaballen.
- Lopen, huppelen en stilstaan wordt afgewisseld.
- Van lopen in omgangsbaan komen tot de vorming van een kring.
2. De kinderen zitten in de kring. De leerkracht toont een doos en zingt het liedje 'Kan je raden'.
klik hier om onderstaand liedje te horen.
de kinderen zingen mee.
- De leerkracht beweegt de doos zodanig, dat de inhoud (grotere herfstbladeren) duidelijk ritselt. De kinderen zingen 'Kan
je horen', een variatie op het lied uit 2.
- De kinderen imiteren de leerkracht en schudden een denkbeeldige doos met inhoud heen en weer. Ze bootsen daarbij met
hun stem het ritselende geluid na.
- De leerkracht schudt de doos gedurende langere en kortere tijd met onregelmatige tussenpozen. De kinderen imiteren met
stem en beweging.
- Om de beurt kiezen de kinderen één groot herfstblad uit de doos, bekijken het en vertellen erover.
Ze 'tekenen' met hun vinger langs de rand van het blad, voelen (met de ogen dicht) de richting van de nerven en de punten
aan de zijkanten van het blad.
- Na het ontdekken en experimenteren, houden de kinderen het blad tussen duim en wijsvinger van de ene hand rechtop
(steel wijst naar onderen).
De leerkracht zegt ritmisch:
klik hier om onderstaande zin te horen.
3. Alle kinderen kiezen een tweede herfstblad uit de doos, terwijl de leerkracht zingt:
klik hier om onderstaand liedje te horen.
De kinderen zullen uit zichzelf opstaan en bomen uitbeelden. Zonder enige verdere uitleg zullen ze handelen naar de tekst
van het lied: als de laatste zin is gezongen laten ze de bladeren vallen.
- Herhaling van 3. De kinderen zingen het lied mee.
Voor iedere liedinzet wordt de wind nagebootst, die door de takken blaast.
- Na veel herhalen wordt het lied 'innerlijk' meegezongen. Het vallen van de bladeren wordt nu duidelijker hoorbaar.
- Na de laatste herhaling rapen de kinderen hun gevallen blaadjes niet meer op. Ze blijven als kale bomen in het bos
toekijken hoe enkele kinderen de blaadjes verzamelen.
4. De kinderen beelden met hun hand het vallende blad uit. Eerst met de ene hand, dan met de andere, dan met beide handen
tegelijk. De leerkracht begeleidt weer met een glissando. De kinderen imiteren het glissando.
- Als het gaat regenen, kleven de blaadjes plat aan de grond. (De leerkracht toont zijn blad, platte hand met de handrug naar
de grond gekeerd). De kinderen imiteren.
Als de regen ophoudt en de zon achter de wolken te voorschijn komt drogen de blaadjes op en krullen de randjes omhoog.
De kinderen beelden dit met de vingers uit.
Even later dansen de blaadjes eer vrolijk door de lucht in de zonneschijn.
- De leerkracht biedt verschillende instrumenten aan. De kinderen kiezen op welke instrumenten de leerkracht de regen en
het geritsel van de dansende blaadjes zal uitbeelden. Ook de zelfgemaakte zon wordt hier ingeschakeld.
- De kinderen beelden opnieuw de regen, platte blaadjes en de zon, krullende blaadjes uit. Alleen de kinderen reageren niet
meer op wat de leerkracht vertelt, maar op de klank van de bespeelde instrumenten.
5. De kinderen beelden vervolgens met hun hele lichaam de herfstbladeren uit. In het midden van de ruimte staan één of
meer stoelen, die de boom of bomen voorstellen, waaraan de blaadjes zich 'vasthouden'. Eén van de kinderen speelt voor
wind en blaast de overige kinderen één voor één kort door het haar.
De kinderen, die de wind voelen, dwarrelen neer en rollen over de grond tot ze een rustig plekje hebben gevonden.
De leerkracht suggereert het ritselen van het rollende blad door spel op de sambaballen.
- Alle blaadjes rollen nu over de grond of dansen door de lucht als de leerkracht de sambaballen bespeelt, maar blijven stil
liggen wanneer het ritselen ophoudt.
- De leerkracht suggereert door fijn en snel spel op de klankhoutjes dat het begint te regenen. 'Wat deden de blaadjes dan
ook alweer?' Hij vertelt met rustige stem in langzaam tempo, welke delen van het blad aan de grond kleven: 'voeten, knieën,
handen, ellebogen, hoofd, buik, etc.'
- De regen houdt op en de zon komt te voorschijn. De blaadjes drogen op, krullen om aan de randen (handen, voeten,
hoofd) en rollen en dansen weer ritselend rond.
- Dit wordt nog eens herhaald (regen - zon) maar de kinderen nemen de leidende rol van de leerkracht over. Eén van de
kinderen laat de zon achter de wolk (rug) te voorschijn komen of verdwijnen. Er worden 2 groepjes van elk 3 kinderen
gevormd. Het ene groepje bespeelt de sambaballen, het andere de klankhoutjes. De overige kinderen reageren met
bewegingen op de klank van de instrumenten.
6. Na de laatste regenbui blijven de kinderen goed verdeeld in de ruimte liggen, de ogen gesloten.
De leerkracht loopt tussen de kinderen door en legt naast ieder kind een vel tekenpapier en een zakje met ± 20 gedroogde
herfstblaadjes neer.
'Als je goed luistert kun je horen, of er iets naast je wordt neergelegd.'
Wanneer er zachtjes gongslagen weerklinken gaan de kinderen zitten.
- De leerkracht bespeelt met regelmatige (later met onregelmatige) tussen pozen de gong.
Bij iedere gongslag mag elk kind één van de blaadjes op het vel tekenpapier neerleggen. Zo kan een mooie figuur gelegd
worden.
- Tot slot wordt een rondgang gemaakt langs de verschillende werkstukken, waarbij ieder kind iets over zijn creatie vertellen
mag.